Verzekeringen

Diensten

Verzekeringsfraude

Verzekeringsfraude - Algemeen

 

PARTNER VAN ONDERNEMERS EN PARTICULIEREN

 

Reeds meer dan 30 jaar ervaring,

 

Onze persoonlijke aanpak maakt het verschil!

 

Wij werken enkel met vergunde Privé Detectives, zowel vrouwelijk als mannelijk

 

Diverse specialiteiten

 

100 % discretieplicht

 

Consulteer ons vrijblijvend en maak gebruik van onze jarenlange expertise

WAT IS VERZEKERINGSFRAUDE?

FRAUDE BIJ DE ONDERSCHRIJVING

FRAUDE BIJ DE SCHADE-AANGIFTE

BRANDSTICHTING EN AUTOZWENDEL: SOMS VERZEKERINGSFRAUDE, ALTIJD CRIMINALITEIT

WIE PLEEGT FRAUDE?

GEORGANISEERDE BENDES

IN HET NAUW GEDREVEN ONDERNEMERS

PARTICULIEREN

PREVENTIE BIJ SCHADEREGELING

EIGEN ONDERZOEK

EXTERN ONDERZOEK

GERECHTELIJKE PROCEDURES

 

Wij zijn een team van onafhangkelijke schade-inspecteurs, hierbij enige toelichting over de soorten verzekeringsfraude:

 

Een zaak van eigen belang…

 

WAT IS VERZEKERINGSFRAUDE?

Verzekeringsfraude slaat op onrechtmatig gebruik van een verzekeringspolis, waarbij sprake is van bedrieglijk opzet.

Meestal is er sprake van fraude in omstandigheden waarbij het opzettelijk misleiden van de verzekeraar het verkrijgen van een uitkering krachtens de polis beoogt zonder dat er een recht op de geclaimde uitkering bestaat, maar in de definitie die de Belgische verzekeraars aan fraude geven, is er ook sprake van fraude wanneer de dader door bijvoorbeeld valse verklaringen verzekeringen wil afsluiten die hem anders geweigerd of tegen een hogere premie aangeboden zouden

worden. Uitgaande van deze definitie kan fraude verschillende vormen aannemen:

 

FRAUDE BIJ DE ONDERSCHRIJVING.

Fraude bij de onderschrijving kan - voor zover sprake is van bedrieglijk opzet, wel te verstaan - de vorm aannemen van: een onjuiste opgave van de waarde van het verzekerde goed; Er bestaan verschillende manieren om een goed te verzekeren voor een bedrag dat boven zijn werkelijke waarde ligt. Er wordt gebruik gemaakt van valse of vervalste facturen en eenzijdige expertises, de verzekerde dringt aan om de te verzekeren bedragen zelf vast te stellen (zonder bezoek van de verzekeraar of zonder gebruik te maken van de waardebepalingsschema’s die de verzekeraar aanbiedt) in de hoop later meer te kunnen claimen. Sommigen kennen in dit verband te veel gezag toe aan foto’s of video’s van hun inboedel en er bestaan spijtig genoeg firma’s die dit soort reportages aanprijzen als haast onweerlegbaar bewijsmateriaal. Laat het een vuistregel zijn dat de verzekeraar er rekening mee zal houden zolang het met de waarschijnlijkheid strookt, maar argwaan zal koesteren als de opgave niet strookt met de levensstijl van de verzekerde. Een foto die boven alle verdenking staat (de Chinese vaas op de achtergrond van een prent van een familiefeestje) zal daarom soms geloofwaardiger zijn dan het té perfecte werk van een professionele reportage.

- het verzekeren van een niet bestaand goed;

- verzwijging of vervalsing van gegevens;

De neiging om het schadeverleden wat bij te kleuren is bijvoorbeeld in de autoverzekering zeer groot. Het kost kennelijk ook moeite om desgevraagd intrekkingen van het rijbewijs op te biechten, terwijl dergelijke factoren bepalend zijn voor een correcte inschatting van het risico.

- verzwijging van het bestaan van andere verzekeringen die hetzelfde belang of goed dekken;

- onjuiste beschrijving van het risico met het oog op het bekomen van een verzekering (daar waar de verzekeraar het risico zou weigeren indien het correct was beschreven) of op het sluiten van de verzekering tegen een lagere premie;

- het aangaan van een verzekering voor een reeds gebeurd schadegeval.

De hierboven vermelde verzwijgingen of valse verklaringen kunnen zich even goed voordoen bij de vernieuwing van of bij wijzigingen aan het contract.

 

FRAUDE BIJ DE SCHADE-AANGIFTE

Fraude bij de schade-aangifte kan - weerom voor zover sprake is van bedrieglijk opzet - de vorm aannemen van:

- een onjuiste beschrijving van het schadegeval, (met inbegrip van het verzwijgen van omstandigheden);

- het overdrijven van de schade-omvang;

Een vorm hiervan betreft de fraude waarbij de verzekerde voor arbeidsongeschikt wil doorgaan bij de verzekeringsmaatschappij, maar bij nader onderzoek blijkt een bijverdienste te hebben aan allerhande klusjes die niet kunnen stroken met de manier waarop de arbeidsongeschiktheid is beschreven. In de bagageverzekering komt het vaker voor dat het zelfs met de beste wil onmogelijk is om alle verloren reisgoed binnen het volume van de vermiste of gestolen

koffer te laden.

- herhaald aangeven van dezelfde schade, bij één of meerdere verzekeringsmaatschappijen.

 

BRANDSTICHTING EN AUTOZWENDEL:

SOMS VERZEKERINGSFRAUDE, ALTIJD CRIMINALITEIT.

Er kan enige verwarring ontstaan in verband met twee verschijnselen waarbij verzekeringsfraude één van de mogelijke motiveringen is, met name brandstichting en autozwendel.

 

Brandstichting

Ontdekken dat een brand aangestoken is betekent niet meteen dat de dader tevens verzekeringsfraude op het oog had.

Van pyromanie tot afpersing, van sociaal conflict tot onvoorzichtigheid van kinderen of het uitwissen van sporen van inbraak: tal van fenomenen kunnen aanleiding zijn tot het in brand steken van bepaalde goederen. Slechts wanneer de brandstichting het werk was van de verzekerde zelf of in opdracht van de verzekerde gebeurde, en de verzekerde misbruik van zijn verzekering beoogde, zal er sprake zijn van verzekeringsfraude. Een Engelse schatting (Post Magazine, 25

september 1997) raamt verzekeringsfraude als drijfveer achter 10% van alle gevallen van brandstichting.

Vanuit statistisch oogpunt is het te betreuren dat zo weinig aandacht besteed wordt aan het achterhalen van en inzicht verkrijgen in de oorzaak van brandgevallen. Toegegeven, de taak van de brandweer bestaat er eerst in levens te redden, de buren te beschermen, de brand meester te zijn en goederen uit de greep van de vlammen te houden, maar het blijft getuigen van weinig aandacht voor brandpreventie wanneer de korpsoversten niet extra gemotiveerd worden om de omvang

van de schade en de ware oorzaak correct te vermelden in de verslagen. Aan verzekeringszijde leeft immers de overtuiging dat nogal wat brandgevallen gemakshalve in de categorie „onbekende oorzaak” worden geklasseerd en dat binnen de andere categorieën ruimte zou moeten bestaan om aan te wijzen dat er vermoedens van brandstichting bestaan, ook al blijft een broze twijfel mogelijk. Het is overigens zo dat aangestoken branden een hogere gemiddelde schadelast opleveren dan andere brandgevallen.

De jongste jaren heeft de techniek een geweldige vooruitgang geboekt: zo is het nu mogelijk om net na de brand een staal van de lucht op de plaats van de brandhaard te nemen en via laboratoriumanalyse in deze lucht molecules te vinden van de materialen die bij de brandstichting gebruikt zijn en waarvan de sporen op de grond zelf verdwenen zijn.

Natuurlijk is er bij brandstichting meteen een link gelegd naar de strafrechtelijke sfeer, wat het opstarten van een procedure vergt, en natuurlijk lijkt het er voor wie de ophelderingsgraad als performantiemeter hanteert op, dat de speurders er in veel gevallen niet in slagen de dader te vatten. Maar dit zou in geen geval mogen leiden tot het niet willen inzien van het probleem.

 

Autozwendel

Hetzelfde geldt bij autozwendel: het voortverkopen van gestolen voertuigen, het sjoemelen aan chassisnummers om ze onherkenbaar te maken en alle andere trafieken die in dat verband bestaan hebben niet noodzakelijk te maken met verzekeringsfraude als dusdanig. Het feit dat deze handel vaak met andere criminele activiteiten verband houdt, betekent echter wel dat bendes die in deze branche actief zijn, vaak naast brute diefstal ook niet vies zijn van fraude.

Specifieke maatregelen worden getroffen om de zwendel tegen te gaan:

- opsporing van verdachte transacties met wrakken;

- toezicht op opkopers;

Door middel van de zogenaamde „wrakkenkrant” kunnen de verzekeraars volgen wie een bod uitbrengt op een wrak en voor welke prijs. Vroeger was het wel zo dat de verzekeraar na een ongeval zoveel mogelijk probeerde te recupereren voor een auto die „total loss” was verklaard. Uiteraard zijn er voldoende bona fide opkopers wie het om wisselstukken te doen is of die de auto uitvoeren naar een land waar de lonen lager zijn en een herstel van de auto technisch én

economisch verantwoord is. Maar abnormaal hoge bedragen voor wrakken met een lage kilometerstand kunnen wijzen op netwerken waar een gelijkaardig voertuig op bestelling gestolen wordt en na zogenaamde herstellingen weer in het verkeer wordt gebracht als zijnde een herstelde ongevalsauto. Inmiddels beseft de sector dat die handel uiteraard niet in hun eigen belang of dat van hun klanten is: vandaar dat met de „wrakkenkrant” geregistreerd wordt wie een abnormaal bod uitbrengt op een zo goed als onherstelbare auto.

- financiering door de verzekeraars van detectiemateriaal voor speurders;

Eind 1996 werden zo enkele tientallen kits ter beschikking van de meest gemotiveerde en actieve korpsen gesteld, waarmee rijkswachteenheden kunnen nagaan of een auto is „omgekat”: een materiaal dat een investering van 2.400.000 BEF vertegenwoordigt. Op die manier kunnen de rijkswachters snel achterhalen of chassisnummers niet vervangen of vervalst zijn, of er nieuwe identificatieplaatjes op de auto gelast zijn, enzovoort.

De eenheden beschikken ook over handige naslagwerkjes waarin de technische kenmerken van de meeste modellen die in België in het verkeer gebracht zijn vermeld staan. Op die manier kunnen zij besluiten tot een diepgaander onderzoek wanneer zij geconfronteerd worden met iets dat niet klopt aan het uiterlijk, de uitrusting, of de kenmerken die wijzen op een versie die bestemd is voor een welbepaald land. Bij controles zou de politie op haar computerschermen ook informatie van de Directie voor Inschrijving van Voertuigen (DIV) omtrent de oorspronkelijke kleur van de auto moeten kunnen vinden, luidt een nader voorstel van de technische werkgroep die binnen de BVVO deze aangelegenheden volgt.

- invoering van het tweeledig inschrijvingsformulier;

De grijze kaart wordt in twee luiken ingedeeld: één als boorddocument, het andere moet thuis bewaard worden. Op die manier wordt het voor de dief zo goed als onmogelijk om zonder medeplichtigheid van de rechtmatige bezitter van de auto beide papieren in handen te krijgen en zo de auto met papieren te verkopen.

- systematische keuring van zwaar toegetakelde ongevalswagens, die niet meer in aanmerking komen voor een klassieke herstelling. Er wordt voorgesteld dat zoveel mogelijk zwaar beschadigde auto’s een expertise zouden ondergaan. Als een auto uit technische en veiligheidsoverwegingen niet meer te redden valt, zou de DIV de identificatienummers definitief schrappen en de auto ook nooit meer in het verkeer mogen komen. Komt de auto wel voor herstelling in aanmerking, dan

zou hij door de autokeuring gecontroleerd worden.

 

WIE PLEEGT FRAUDE?

Voor de verzekeraars is het duidelijk dat slechts een minderheid fraude pleegt. Fraude is toch niet louter marginaal. De sector wil niet twijfelen aan de goede trouw van de meeste verzekerden, maar de verleiding - of de onbezonnenheid - die leidt tot het plegen van fraude kan soms zeer groot zijn...De verzekeringsmaat- schappijen willen hoe dan ook het gedrag aan de kaak stellen van wie misbruik wil maken van de verzekering ten koste van de grotere groep eerlijke verzekerden, en vermijden dat verzekeringsfraude geleidelijk „sociaal aanvaardbaar” wordt, een gevaar dat ook dreigt voor zwartwerk, het niet aangeven van buitenlandse inkomsten en andere onderwerpen die onder vrienden en in familieverband zonder de minste schroom het onderwerp van gesprekken zijn geworden. Verzekeringsfraude stinkt en is gevaarlijk: zo moet ook het publiek het beseffen.

 

GEORGANISEERDE BENDES

Sommige vormen van verzekeringsfraude zijn het resultaat van de handelingen van georganiseerde criminele organisaties, die met nauwgezet speurwerk opgespoord kunnen worden. Zij bedrijven verzekeringsfraude op een systematische wijze of naast andere vormen van crimineel gedrag.

Voorbeeld hiervan is het optreden van een bende die in België (maar ook in Polen, Zweden, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en Nederland) verzekerden ronselde om zich op te geven als aansprakelijke voor een ongeval met een in Duitsland ingeschreven zware auto: de bende werd aangeduid onder de naam Saarland Circuit 1993. Meestal waren de fictieve ongevallen kop-staart botsingen, waarbij het Duitse voertuig langs achteren was aangereden. Nooit waren er getuigen noch gekwetsten of überhaupt politie bij, telkens kon de auto van het zogenaamde slachtoffer op eigen kracht naar Duitsland terug. De schade bedroeg gemiddeld zo’n 400.000 F. De vrij zorgvuldig opgestelde schadedossiers die bij de maatschappijen binnenkwamen, verwezen wel net iets te vaak naar dezelfde experts en advocaten en hanteerden steeds weer dezelfde schadefoto’s, waarbij alleen de nummerplaat van de auto veranderde. De chassisnummers bleven

vaak wel dezelfde.

Het maffia-achtig syndicaat werd volgens toenmalige persberichten geleid door Iraniërs, Irakezen, Libiërs en Joegoslaven.

Hoewel klacht werd ingediend tegen handlangers en de bende van het toneel is verdwenen, blijken de kopstukken onvindbaar. Het Landeskriminalamt van Saarbrücken en de Gerechtelijke politie van Antwerpen voerden wel onderzoek, maar hun Rotterdamse collega’s lieten desgevraagd aan de pers weten dat hun korps, volop in reorganisatie in de bewuste periode, geen prioriteit toekende aan fraudezaken.

Achteraf bekeken lag de sterkte van de bende in het internationale aspect van de fraude, waardoor de verzekeringsmaatschappijen uit het land waar het ongeval was aangegeven de aanrijding niet volgens de klassieke patronen konden regelen, waarbij meer mogelijkheden tot expertise en controle bestaan. Ook in de landen met gegevensbestanden komen buitenlanders niet voor, althans niet bij een eerste poging. Het geval „Saarland Circuit 1993” pleit dan ook voor een snelle uitwisseling van informatie van zodra internationale fraude ergens vastgesteld wordt en intensieve samenwerking tussen markten, die elkaar wederzijds alle hulp moeten toezeggen.

 

IN HET NAUW GEDREVEN ONDERNEMERS

Ook ondernemers plegen wel eens verzekeringsfraude: zaken die op het randje van een faillissement bengelen kunnen op het laatste nippertje van de ondergang gered worden dank zij een toevallige schade. Een goede honderd jaar geleden bleek in de Duitse streek Pommeren zelfs een verband te bestaan tussen de prijs van aardappelen en brand. Was de prijs laag, dan gingen er veel aardappelschuren in vlammen op. Bij een hoge prijs daalde het aantal branden scherp. In België bestaat het voornemen om universitair onderzoek te wijden aan de bedrijfseconomische prestaties van bedrijven voor en na brand- en ontploffingsgevallen. Misschien mogen uit dit nog te voeren onderzoek indicaties verwacht worden over gevoelige tijdstippen, waar de verzekeraar extra op moet letten.

Duur ingekochte maar door modetrends waardeloos geworden spullen kunnen via fraude te gelde worden gemaakt, investeringen in een bedrijf dat een vergunning dreigt te verliezen gaan op die manier toch niet verloren, een horecabedrijf dat bergaf gaat, brandt wel eens op een verdacht uur. Dit soort fraude is in zekere mate conjunctuurgebonden en slaat vaker toe wanneer er minder vraag is op de markt.

Het valt overigens op dat er geen verdachte schadegevallen meer zijn wanneer het bedrijf onder het beheer van een curator staat. Fraude wordt als een laatste poging ondernomen om het tij te keren. Ook hier is het juist interpreteren van de omstandigheden van groot belang: een bedrijf dat al langere tijd met financieringsproblemen worstelde, zal ook weinig hebben geïnvesteerd in beveiliging, zodat niet alle branden in minder succesvolle ondernemingen op fraude berusten.

 

PARTICULIEREN

Onder de particulieren is een kleine minderheid het gangbare normbesef kwijtgeraakt; bij dit deel van het publiek wordt eerlijkheid als naïef beschouwd of geeft het plunderen van de samenleving of althans van de gemeenschap van de verzekerden een kick. Het is toch maar het geld van de anderen of van anonieme bedrijven die het wel breed genoeg zullen hebben. Anderen vinden het betalen van hun verzekeringspremie op zich reeds een vorm van onrecht die binnen de kortste

keren moet worden goedgemaakt. Nog anderen hebben een negatieve ervaring met een verzekeraar meegemaakt, bijvoorbeeld omdat zij wél schade hebben geleden, maar geen bewijs noch getuigenis konden voorleggen waaruit hun recht op uitkering zou blijken, en de afwijzing die zij daarom ooit hebben ondergaan willen goedmaken. Vandaar trouwens de vuistregel aan het adres van de verzekeraars zelf, dat je polissen die ruimte bieden aan dergelijke geschillen best vermijdt. Toch blijkt dat fraude niet alleen bestaat uit Ferrari’s die in verdachte omstandigheden verdwijnen. Een recent steekproefonderzoek in de sector wijst uit dat attent toezien op verdachte gevallen leidt tot de ontdekking van diverse valse aangiften voor een gemiddeld bedrag van 50.000 tot 250.000 F naargelang de aanpak en de klantenkring van de maatschappij. Een plotse en onverwachte drang om het toch maar even te wagen blijkt soms bij mensen te bestaan van

wie je het nooit zou vermoeden...

Verzekeringsfraude is haast even oud als de verzekering zelf. Reeds in de Middeleeuwen worden maatregelen genomen op preventief en repressief vlak:

- om de franchise verplicht te stellen zodat de verzekeringnemer net als de verzekeraar belang heeft bij het behoud van de zaak (Genua, decreet de assecuris non faciendis” van 1380, dat de verzekeringnemer verplicht twee derde van het risico te behouden, rond 1420 teruggebracht tot de helft), of

- om het cumul van verzekeringen op één goed te verbieden (Ordonnantiën van Barcelona, 1435; in 1458 voegen de stadsoverheden er de verplichting voor de verzekeringnemer aan toe om uitdrukkelijk te verklaren of hij elders verzekeringen heeft afgesloten en desgevallend alle inlichtingen over deze andere verzekeringen op te geven; bovendien bestrijdt dezelfde ordonnantie het gebruik van stromannen die de identiteit van de eigenlijke verzekeringnemer verbergen).

Verzekeringsfraude door de eeuwen heen blijkt een lange aaneenschakeling te zijn van variaties op een gekend thema. De trucjes passen zich aan de evolutie van de techniek aan, maar blijken ten gronde vaak op dezelfde recepten te berusten. Inspiratie genoeg voor tal van scenarioschrijvers in de film, de TV, of de stripverhalen. Robbedoes maakt in „Quick Super” (1955) kennis met een verzekeringsdetective die de mysterieuze verdwijning van splinternieuwe auto’s moet onderzoeken; verzekeringsoplichting komt regelmatig terug in de speurdersreeksen van meesters van de Frans-Belgische stripschool als Charlier, Duchateau, Greg, Jijé of Tillieux, in de Steven Sterk-reeks van Peyo en dichter bij ons in de reeks Franka van Henk Kuijpers. Verhalen van gestolen diamanten, brandstichting in fabrieksgebouwen, geënsceneerde overlijdens en weggebrachte vrachtschepen: de verzekeringskennis van de scenaristen

is soms verbluffend. Fraude is echter ook een werkelijkheid. Het verschijnsel treft wel niet alle verzekeringsbranches even hard, maar alle grote takken krijgen ermee te maken. In de tak Leven gaat het meestal om het achterhouden van de informatie die de verzekeraar nodig heeft om de gezondheid van de kandidaat-verzekerde correct in te schatten. Bij lichamelijke ongevallen worden de omstandigheden van de schade zo voorgesteld, dat zij uitzicht bieden op een vergoeding waar anders geen sprake van was, en in de zaakschadeverzekering (brand, diefstal, enz.) komt zowel opzettelijke schade als gefingeerde schade voor. Hoofdstuk II legt zonder eventuele ambities in die zin aan te wakkeren uit waar, hoe en in welke fase van de verzekeringsovereenkomst fraude begaan wordt.

De juiste omvang van verzekeringsfraude is niet vast te stellen, maar voorzichtige ramingen halen het jaarlijkse bedrag van 10 tot 20 miljard F voor de Belgische markt: ieder verzekerd gezin dokt tussen 2.500 en 5.000 frank per jaar voor onrechtmatige claims, wat meer is dan de jaarpremie van een familiale verzekering, of meer dan dubbel zoveel als de tol van alle stormen en natuurrampen samen.

De BVVO is ervan overtuigd dat de grote meerderheid van de verzekerden het spel eerlijk speelt. Toch is fraude niet louter marginaal en wil de BVVO - net als de andere nationale verenigingen die gehoor geven aan de oproep van het CEA, het Europees Comité voor het Verzekeringswezen - absoluut vermijden dat de olievlek zich uitbreidt. Allerlei fraudeurs, van criminelen tot zelfstandige ondernemers die een slecht seizoen willen goedmaken en gelegenheidssjoemelaars, maken misbruik van het beginsel van de uitvoering te goeder trouw van de verzekeringsovereenkomst. De verzekering geldt immers als een contract dat steunt op wederzijds vertrouwen. De verzekeraar moet de verplichtingen die uit het contract voortvloeien nakomen, zolang er geen bedrieglijk opzet is vanwege de verzekerde of rechthebbende. Hoofdstuk III probeert inzicht te geven in de zeer verschillende categorieën van mensen die alleen of met medeplichtigen, eenmalig of als vorm van georganiseerde criminaliteit, fraude plegen. Verzekeringsfraude verloopt nogal anoniem, en zowel pakkans als mogelijke sancties zijn bij de meeste fraudeurs kennelijk verkeerd ingeschat. Toch riskeert zelfs een kleine fraudeur vermeldingen op zijn strafblad die men liever vermijdt: oplichting, valsheid in geschrifte, enz., plus moeilijkheden om in de toekomst nog verzekeringen aan te gaan. Deze sancties komen aan bod inhoofdstuk IV.

 

PREVENTIE BIJ SCHADEREGELING

De interne of externe onderzoeksdiensten hanteren „knipperlichten” die hen aanzetten tot nader speurwerk. Wanneer na een autodiefstal de verdwenen auto teruggevonden wordt op een vergeten plekje ergens in het buitenland, op een afstand die groter is dan de afstand die de auto met een volle tank had kunnen afleggen en dat niets er op wijst dat het reservoirslot is geforceerd, ligt het voor de hand dat een en ander aanleiding kan geven tot vragen en nazicht van het

aangemelde scenario.

 

EIGEN ONDERZOEK

De meeste maatschappijen beschikken over eigen onderzoeksdiensten die instaan voor allerhande toedrachtsonderzoeken, en binnen het bestek van deze opdracht onder meer in verdachte zaken dieper gaan graven. Zij staan in voor de noodzakelijke dosis scepsis die de maatschappij in huis moet hebben zonder in paranoia te vervallen. Langs de andere kant moet het ook duidelijk zijn dat niet elk toedrachtsonderzoek mogelijke fraude op het oog heeft. Deze medewerkers moeten in voorkomend geval beantwoorden aan de voorwaarden die de wetgeving op privé-detectives (Wet van 19 juli 1991) voorschrijft.

Dit houdt in dat „gewone” schaderegelaars informatie mogen inwinnen bij de personen die bij de toepassing van het verzekeringscontract betrokken zijn, maar niet bij derden. Wanneer een medewerker van een verzekeringsmaatschappij daarentegen bijvoorbeeld aan buurtonderzoek wil doen, zal hij daartoe gemachtigd moeten zijn, hetgeen een aantal verplichtingen met zich meebrengt qua registratie, opleiding en manier van werken. Inmiddels bestaan er opleidingen die

specifiek gericht zijn op het onderzoekswerk dat eigen is aan verzekeringen en meer bepaald verzekeringsfraude, een toepassingsgebied dat niets te maken heeft met het schaduwen van een aanstaande schoonzoon of een misschien niet echt betrouwbare handelsvertegenwoordiger, om maar te zwijgen over het soort zaken waar de detectives uit de feuilletons zich mee bezig houden.

 

EXTERN ONDERZOEK

De maatschappijen kunnen ook externe specialisten (lees: niet aan de maatschappij gebonden detectivebureaus) inschakelen, bijvoorbeeld voor schadegevallen in het buitenland. Gericht onderzoek leidt, in functie van de gehanteerde criteria, tot een proportie van 20 tot 60% gevallen van bewezen fraude. Iedere dag worden er in de grotere maatschappijen meerdere enquêtes ingesteld, die op jaarbasis goed zijn voor 1,5 miljard F besparingen.

 

GERECHTELIJKE PROCEDURES

Bij dergelijke misdrijven zullen de maatschappijen voortaan ook systematisch klacht indienen bij het parket en hun dossier ter beschikking stellen van de gerechtelijke instanties, desgevallend met burgerlijke partijstelling. Deze vervolgingen kunnen niet alleen de rechtstreeks belanghebbenden, maar ook medeplichtigen treffen. Bij het overmaken van hun dossiers kunnen de verzekeraars dienstige aanwijzingen geven aan het Parket, dat dus meteen met inzicht in de zaak kan overgaan tot de meest aangewezen onderzoekstaken.

Op dit punt eist de wet van 1991 van wie de functie van privé detective uitoefent dat zij de overtredingen die zij vaststelt aan het Parket zou melden.

Deze aanpak staat in schril contrast tot de meer traditionele houding van de sector die lange tijd gedacht heeft dat dergelijk „flink” beleid aanleiding kon geven tot negatieve publiciteit. In al te veel gevallen werd er voor gekozen om geen verdere ruchtbaarheid te geven aan de zaak die beperkt bleef tot een weigering van uitkering en een opzegging van de polis. Het zal wellicht een open vraag blijven, of de druk van de commerciële belangen écht zo groot was, dan wel of de

aversie voor „incidenten” bij de maatschappijen zelf er de aanleiding toe was. Deze houding zette overigens de medewerking tussen verzekeraars en ordediensten op losse schroeven: hoe overtuig je de parketten en de politie immers van de noodzaak om fraude te bestrijden, wanneer je hen dag na dag het bewijs levert

van hoe weinig belang je er zelf aan hecht. Geleidelijk is er kentering in gekomen, en wint de overtuiging veld, dat de maatschappijen die als laks bekend staan meer kans maken om fraudeurs en tussenpersonen die het niet zo nauw nemen aan te trekken. Maatschappijen die in hun communicatie duidelijk laten weten dat het hen menens is, vinden echter steun bij hun publiek, althans wanneer dit strookt met een even voluntaristische aanpak bij de vergoeding van schade waar geen reukje aan is.

Bovendien zagen de maatschappijen de hele procedure van klacht indienen en burgerlijke partijstelling als een doodlopende formaliteit, die veel tijd, energie en kosten vergde, met name in de gevallen waar het de maatschappij niet gaat om het recupereren van ten onrechte uitgekeerd geld, maar louter om het aanklagen van manoeuvres die tijdig ontdekt zijn, waarbij de maatschappij de claim niet honoreerde. Precies daarom was het moeilijk om tot een consequent beleid te komen, maar intussen zijn de verzekeraars bereid gevonden om zelfs in die gevallen het nodige te ondernemen om de fraudeurs het leven zo zuur mogelijk te maken, in plaats van de zaken min of meer op hun beloop te laten. Bron D/1998/0377.

 

Samenwerken met Detectives Consult is strikt vertrouwelijk, wij zoeken snel naar een passende en concrete oplossing.

Wenst U meer informatie of een afspraak tel.+32 (0) 472 01 00 35 / +32 (0) 475 70 29 55

 

L O C A T I O N S

BRUSSEL

 

Drukpersstraat / rue de la Presse

1000 Brussel / Bruxelles

HASSELT

 

Kattegatstraat

3500 Hasselt

KORTRIJK

 

President Kennedypark

8500 Kortrijk / Courtrai

LEUVEN

 

Brusselsestraat

3000 Leuven

GENT

 

Akkerhage

9000 Gent

MOESKROEN

 

Grand-place

7700 Moeskroen/Moucron

ANTWERPEN

 

Gerard le Grellelaan

2020 Antwerpen

DOORNIK

 

Rue de Maire

7503 Froyennes

BRUGGE

 

Kapellestraat

8020 Oostkamp

MONS

 

Avenue Melina Mercouri

7000 Bergen/Mons

CHARLEROI

 

Chaussée De Courcelles

Gosselies, 6041 Charleroi

LIEGE

 

Place des Guillemins

4000 Liege

NAMUR

 

Rue du Premier Lanciers

5000 Namur

"Het kantoor is zowel actief in het binnen- en buitenland in samenwerking met buitenlandse partners"

ibz

Wij werken enkel via vergunde privédetectives erkend door de Fed. Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, H.H. 14.1677.03.

Copyright © 2016 by "Detectives Consult" · All Rights reserved

Detectives Consult

Contact

+32 (0) 472 010035 (7/7)

+32 (0) 475 702955